Posts tonen met het label Burgos. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Burgos. Alle posts tonen

zaterdag 11 september 2010

Etappe 14: Burgos - Peña Cabarga (178.0km)

De Ronde van Spanje begint vandaag aan een hels drieluik in Cantabria en Asturias, waar de bergen niet hoog, maar wel steil zijn. De eerste brengt de renners van de Castilliaanse hoogvlaktes naar Cantabria, waar even buiten Santander een steile slotklim van zes kilometer moet worden bedwongen.

De autonome regio Cantabria (Ned: Cantabrië) ligt in het noorden van Spanje aan de Golf van Biskaje tussen Asturias (Asturië) en País Vasco (Baskenland). Het bestaat uit slechts één provincie en is met 592.000 inwoners en een oppervlakte vergelijkbaar aan die van Gelderland de respectievelijk 15e en 16e regio van Spanje. De belangrijkste steden zijn de hoofdstad Santander (183k) en Torrelavega (56k), die samen een stedelijk gebied vormen waar zo'n 394.000 mensen (tweederde van de totale bevolking) wonen.
De regio's Asturias en Cantabria worden van Castilla gescheiden door de "Cordillera Cantábrica", een gebergte waar men in de Vuelta vrijwel elk jaar dankbaar gebruik van maakt.


Cordillera Cantábrica

De regio is vernoemd naar de Cantabri, een Keltisch volk dat ten westen van de Basken woonde. De Cantabri en Astures (waarnaar de buurregio Asturias vernoemd is) bleven zich het langst van alle volken op het schiereiland verzetten tegen de Romeinse overheersing en werden pas na de Cantabrische oorlogen (29-19 v.C.) definitief onderworpen door keizer Augustus. De Visigoten stichtten ergens tussen 653 en 683 een hertogdom Cantabria, maar het bleef altijd een zeer instabiele regio waar de lokale Asturische, Cantabrische en Baskische bevolking regelmatig in opstand kwamen. In 711, toen de Moren aan hun invasie begonnen, was de Visigotische koning Rodrigo in het noorden bezig om zo'n opstand neer te slaan.

De koning vertrok gelijk naar het zuiden, maar werd al snel verslagen en de Moren bereikten al in 714 dit gebied in het verre noorden. Het hertogdom werd in 722 echter alweer heroverd door de christenen die in 718 vanuit Asturias waren begonnen aan de Reconquista (morgen meer hierover), het werd hierna een onderdeel van het koninkrijk Asturias tot deze in 925 werd opgeslokt door het koninkrijk Léon. De oude Keltische invloeden verdwenen in deze periode uit de cultuur en werden vervangen door een gemeenschappelijke cultuur van de rest van wat uiteindelijk het koninkrijk Castilla zou worden. Cantabria was binnen dit koninkrijk vooral belangrijk om haar havensteden, met name Santander groeide uit tot een belangrijke stad.


De Cantabrische hoofdstad Santander

In 1833 werd het koninkrijk Castilla formeel ontbonden en de provincie Santander gesticht, deze behoorde aanvankelijk tot nog de regio Castilla la Vieja (oud Castillië), maar na de hervormingen van 1982 een zelfstandige autonome regio genaamd Cantabria.

Cantabria heeft altijd veel goede wielrenners gehad, maar nog nooit een winnaar van een grote ronde al kwamen Fermín Trueba (2e Vuelta 1941), José Pérez Francés (2e Vuelta 1962 & 1968, 3e Vuelta 1961 & 1964 en Tour 1963), Alberto Fernández Blanco (2e Vuelta 1984, 3e Vuelta & 3e Giro 1983) en José Antonio González Linares (5e Vuelta 1972, 4x eindwinst Vuelta al País Vasco) in de buurt.
De regio heeft tien actieve profs op PCT/PT niveau: de bekendste is drievoudig wereldkampioen Oscar Freire (Rabobank), verder nog Francisco Ventoso (CarmioOro), David de la Fuente (Astana), José Iván Gutiérrez Palacios, Juan José Cobo en Ángel Madrazo (Caisse d'Epargne), David Gutiérrez Gutiérrez, David Gutiérrez Palacios en Vidal Celis (Footon), Alberto Fernández Sainz (Xacobeo) en op een lager niveau Constantino Zaballa (Loulé - Louletano).

Peña Cabarga is een 569m hoog karstmassief in het "Parque Natural Macizo de Peña Cabarga", het ligt zo'n 10km ten zuidoosten van Santander in de gemeente Medio Cudeyo waar zo'n 7.500 mensen wonen. De gemeente bestaat uit tien plaatsen, waarvan Solares (4.000) de grootste is.


Peña Cabarga

In 2008 heeft de gemeenteraad besloten dat het natuurpark, waar in de 19e eeuw wat ijzermijnen werden geopend, maar verder vrijwel ongerept gebied is, meer toerisme moet aantrekken. Deze aankomst in de Vuelta is een onderdeel van deze PR campagne om meer bekendheid aan het park te geven. Het is echter niet de eerste keer dat men hier komt, in 1979 won de Spanjaard Ángel López del Álamo hier solo de dertiende na een lange vlucht. Een groepje van vijf met o.a. Lucien van Impe en Joop Zoetemelk kwam op 2:33 binnen, Zoetemelk veroverde de leiderstrui ten koste van de Fransman Christian Levavasseur en zou deze niet meer af staan.




De rit begint op de Castilliaanse hoogvlakte met ruim 50km "Spaans vlak", hierna duikt men in een afdaling van 9.1km á 4.4% van 1.000 naar 600 meter boven zeeniveau en volgt er nog eens 40km op en af met het eerste klimmetje van de dag: de Alto de Bocos (790m hoog, 3.1km á 6.5%) van derde categorie.

Na 98.8km begint de beklimming van de Portillo de la Lunada (1340m hoog, 8.7km á 5.7%) van tweede categorie, deze berg vormt de grens tussen de regio Castilla y León en provincie Burgos met de regio/provincie Cantabria. De renners laten de Castilliaanse hoogvlakte hier ook definitief achter zich. De afdaling (14km á 6.2%) brengt ze direct aan de voet van de volgende klim van tweede categorie, de Alto del Caracol (815m hoog, 5.1km á 7.4%). Op de top van de Caracal zijn er nog 51.4km te rijden, vrijwel voortdurend in een (licht) dalende lijn tot de voet van de slotklim op slechts 20 meter boven zeeniveau.



De Peña Cabarga is slechts 565m hoog, maar met een lengte van 6km en gemiddeld stijgingspercentage van 9% al lastig zat. De klim begint gelijk erg steil met percentages tot 16% in de eerste kilometer, hierna blijft het 2.5km rond de 9% omhoog lopen en krijgt men zelfs een korte afdaling om weer even op adem te komen. De laatste 2km zijn echter weer stevig bergop en met name de twee voorlaatste halve kilometers zijn verschrikkelijk steil met gemiddeldes van 12 en 14% en een steilste stuk van 19%. Een ideale aankomst voor de explosieve types, die in de eerste week ook al een paar keer op hun wenken werden bediend.

vrijdag 10 september 2010

Etappe 13: Rincón de Soto - Burgos (196.0km)

De Vuelta komt vanaf zaterdag in haar beslissende fase met drie aankomsten bergop op rij, maar eerst moet vrijdag de 13e etappe afgewerkt worden, een overgangsrit van het vruchtbare La Rioja naar de kale hoogvlaktes van Castilla.


La Rioja heeft met 322.000 inwoners de kleinste bevolking van de 17 autonome regio's van Spanje en laat qua oppervlakte (iets kleiner dan Gelderland) enkel de eilanden van de Balearen achter zich. De regio bestaat uit slechts één provincie en de enige steden met meer dan 15.000 inwoners zijn Calahorra (25k) en de hoofdstad Logroño (152k).


Logroño, de hoofdstad van La Rioja

De regio behoort vanuit historisch oogpunt "gewoon" tot het oude koninkrijk Castilla. In 1833 werd uit delen van de Castilliaanse provincies Burgos en Soria de nieuwe provincie Logroño gevormd, deze veranderde in 1980 haar naam in La Rioja en scheidde zich in 1982 af van Castilla y León om zelf een autonome regio te worden vanwege de grote geografische en economische verschillen met de rest van de regio. Het is dankzij haar ligging aan de rivieren de Ebro en de Oja (waarnaar de regio vernoemd is => Rio Oja) een zeer vruchtbaar gebied en belangrijke wijnstreek, terwijl de hoogvlaktes van Castilla y León een heel ander karakter hebben.


La Rioja

La Rioja is vooral bekend om de wijnproductie die hier al voor de Romeinse tijd begon. De ongeveer 14.000 wijngaarden beslaan meer dan 123.000 hectare en er wordt gemiddeld ruim 250 miljoen liter Rioja wijn per jaar geproduceerd, waarvan 85% rode wijn en 15% witte wijn of rosé.
De regio heeft geen grote wielrenners voortgebracht, de bekendste is dan nog Javier Pascual Llorente die o.a. voor Kelme reed en begin deze eeuw wat kleinere Spaanse koersen won.

Rincón de Soto is een dorp met iets minder dan 4.000 inwoners zo'n 61km ten oosten van Logroño in het noordoosten van de regio La Rioja. Het ligt slechts enkele honderden meters ten zuiden van de grens met Navarra die hier bepaald wordt door de rivier de Ebro.


Rincón de Soto

Het dorpje is in 1140 gesticht en was eeuwenlang weinig meer dan een gehuchtje op het grondgebied van de stad Calahorra, het werd pas in 1670 een zelfstandig plaatsje al woonden er in 1753 nog steeds minder dan 200 mensen. Sindsdien is plaatsje voorzichtig beginnen te groeien. Rincón leeft grotendeels van de fruitteelt (peren) en de productie van keukenmeubilair.
De voetballer Fernando Llorente (aanvaller Athletic Bilbao, 9 interlands en 4 goals) is in Pamplona (Navarra) geboren, maar hij groeide hier op en is de bekendste zoon van het dorp. De boomlange spits werd afgelopen zomer wereldkampioen met Spanje, al speelde hij slechts een half uurtje in de kwartfinale tegen Portugal.
De Vuelta kwam nog nooit in Rincón de Soto, waar ook geen bekende wielrenners vandaan komen.


Burgos is met 179.000 "Burgaleses" achter Valladolid (318k) de tweede stad van de regio Castilla y León (2.6m) en de hoofdstad van de provincie Burgos (376k) in het noordoosten van de regio. De renners rijden morgen alweer de regio uit, maar komen volgende week weer terug, dan meer over Castilla y León. De stad ligt zo'n 860 meter boven zeeniveau op een uitgestrekte hoogvlakte aan de Arlanzon rivier.


Burgos

De stad werd in 884 gesticht door Diego Rodríguez, de tweede graaf van Castilla dat toen nog tot het koninkrijk León behoorde. Hij bouwde een kasteel aan de Arlanzon rivier ter verdediging van het achterland tegen de Moren, die zo'n dertig jaar eerder verdreven waren uit dit gebied. De naam komt van het Visigotische woord "baurgs" (burcht) en Burgos werd in 931 de eerste officiële hoofdstad van een zelfstandig Castilla dat in 1065 werd gepromoveerd tot een koninkrijk. Burgos lag op de bedevaartsroute naar Santiago de Compostela en werd een belangrijke rustplaats voor de tienduizenden pelgrims uit heel Europa die de voettocht maakten. In deze periode werden ook de belangrijkste monumenten van de stad gebouwd: het klooster "Monasterio de Santa María la Real de Las Huelgas" (1181-1222) en de "Catedral de Santa María de Burgos" (1221-1260). De gotische kathedraal is de zetel van het aartsbisdom Burgos en een UNESCO werelderfgoed.


Catedral de Santa María de Burgos

De stad zou door de veroveringen van Toledo en Andalucía steeds minder centraal binnen het rijk komen te liggen, duizenden mensen vertrokken uit van het oude Castilla naar het nieuwe Castilla om de veroverde gebieden te herbevolken en Burgos verloor de hoofdstedelijke status aan Toledo en Valladolid. Na de stichting van Spanje was er opnieuw een leegloop, ditmaal naar de door Spanje gekoloniseerde nieuwe wereld. In de 15e eeuw werd nog wel het derde belangrijke monument gebouwd, het klooster "Cartuja de Miraflores" (1441) werd echter beschadigd en geplunderd door de Franse troepen tijdens de Napoleontische Oorlogen.
Tijdens de Spaanse burgeroorlog in de jaren '30 van de vorige eeuw was Burgos de plaats waar Franco zijn voorlopige regering zetelde.

Burgos is tegenwoordig een stad van ambtenaren en industrie, met name de auto-industrie (Ford) is belangrijk voor deze verder vrij arme streek die ook bekend staat om haar kazen. De "Universidad de Burgos" werd pas in 1994 gesticht en heeft ongeveer 9.000 studenten. Het "Aeropuerto de Burgos" is een klein vliegveldje dat in 2008 werd geopend en vorig jaar zo'n 30.000 passagiers vervoerde. In 2014 aangesloten worden op de hogesnelheidslijn van Valladolid naar de Baskische hoofdstad Vitoria-Gasteiz.


Monasterio de Santa María la Real de Las Huelgas

Burgos CF (gesticht in 1922, zes seizoenen op het hoogste niveau) en Real Burgos CF (gesticht in 1964, drie seizoenen op het hoogste niveau) zijn de twee voetbalclubs van de stad, ze spelen tegenwoordig beiden in de Tercera División (vierde niveau). De damesvolleyballers van CV Diego Porcelos zijn de meest succesvolle sportploeg van de stad, ze spelen op het hoogste niveau en eindigden de afgelopen steevast in de top, maar werd nooit kampioen en verloor vier keer de finale om de nationale beker.

De bekendste zoon van Burgos is Rodrigo Díaz de Vivar, beter bekend als "El Cid", een ridder die in de tweede helft van de elfde eeuw grote successen boekte tegen de Moren voor Castilla, ruzie kreeg met de koning en hierna Valencia veroverde en zelf koning werd. "El Cid" was bij leven al beroemd en berucht op het schiereiland en groeide na zijn dood uit tot een legendarische volksheld. Hij is begraven bij de kathedraal van Burgos.
De politicus Alejandro Rodríguez de Valcárcel (tijdelijk staatshoofd van de dood van Franco tot twee dagen later Juan Carlos als koning werd beëdigd) en de voetballer Juan Manuel Mata (vleugelspeler/aanvallende middenvelder Valencia, 9 interlands en 3 goals) komen hier ook vandaan, evenals een aantal oude koningen van Castilla.


Standbeeld van El Cid" in Burgos

De beste wielrenners uit de stad zijn Isidro Juárez (ritwinnaar Vuelta 1985), José Luis Talamillo (6x Spaans kampioen veldrijden tussen 1958 en 1965) en de gebroeders Mariano en Martin Martínez. Zij emigreerden op jonge leeftijd naar Frankrijk, waar Mariano uitgroeide tot een subtopper (3x top 10, 2 ritzeges en de bolletjestrui in 1978), zijn broer (ritwinnaar Vuelta 1974) had minder succes. De actieve prof Enrique Mata van Footon-Servetto komt ook uit de stad, de provincie bracht o.a. Eulalio García Pereda (4e Vuelta 1978, ritwinnaar 1980, Spaans kampioen 1981) en de actieve prof Iñigo Cuesta (Cervélo) voort.

Burgos is morgen voor de 13e keer startplaats en vandaag voor de 15e keer aankomstplaats in de Vuelta. Henk Nijdam won de eerste etappe die hier aankwam in 1966, hij werd opgevolgd door o.a. zijn landgenoot Jos Lammertink (1980), de Belg Johan Bruyneel (1992), de Italiaan Alessandro Petacchi (2002, 2004 & 2005) en als laatste in 2008 Oscar Freire.




De eerste 100km dwars door La Rioja zijn typisch "Spaans vlak", hierna gaat de weg langzaam klimmen richting de provincie Burgos die bereikt wordt via het eerste klimmetje van derde categorie: de Alto de Padrilla (1260m hoog, 5.9km á 5.6%). Een kleine 20km verderop ligt de kortere en minder steile Alto de Valmala (1200m hoog, 4km á 5%), eveneens van derde categorie.

Na de top van de Valmala zijn er nog 36.1km te rijden naar Burgos, dit over een mooie weg die vals plat bergaf loopt tot op 2km van de streep, ideaal dus voor sprintersploegen om zich te organiseren en de vroege vluchters terug te halen.