Posts tonen met het label Castilla y León. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Castilla y León. Alle posts tonen

vrijdag 17 september 2010

Etappe 19: Piedrahita - Toledo (231.2km)

De langste etappe van de ronde brengt de renners van het “oude” Castilla naar het “nieuwe”, deze overgangsrit is gemaakt voor sprinters die de afstand en wat heuveltjes aan kunnen, maar het is ook de laatste kans voor de avonturiers met slechts een bergrit en de traditionele afsluitende sprintparade naar Madrid voor de boeg.

De startplaats Piedrahíta is een dorpje met 2.000 inwoners in de provincie Ávila (172k), het ligt zo'n 55km ten westen van de provinciale hoofdstad en 60km ten zuidoosten van Salamanca.


Piedrahita

Piedrahita is in 1189 gesticht als de hoofdstad van de heerlijkheid Valdecorneja (Vallei van de Corneja, een riviertje) dat in 1366 in handen kwam van de Álvarez de Toledo familie. Zij werden in 1429 ook heer van Alba de Tormes, deze heerlijkheid werd in 1438 een graafschap en in 1472 een hertogdom, waarna Piedrahita in 1485 zelf een graafschap werd. De bekendste hertog van Alba de Tormes (Nederlands: Hertog van Alva) was de derde: Fernando Álvarez de Toledo, geboren in Piedrahita, werd in 1567 als landvoogd van de Nederlanden aangesteld en was de grootste vijand van de Nederlandse opstand aan het begin van de Tachtigjarige Oorlog.

Het bekendste monument van de stad is het "Palacio de los duques de Alba", een buitenverblijf van de latere hertogen. Het is tussen 1755 en 1766 gebouwd op de plaats waar de eerste hertogen hun kasteel hadden.


Palacio de los duques de Alba

De lokale economie draait voornamelijk op de veeteelt en een beetje toerisme. Het is een populaire plaats om te paragliden of hanggliden, in 2011 wordt hier het WK georganiseerd. Het is pas de eerste keer dat de Vuelta hier komt.

Er komen geen bekende wielrenners uit Piedrahita, maar Ávila is een belangrijke wielerprovincie. Zo komen o.a. Julio Jiménez Muñoz (2e Tour 1967, 4e Giro 1966, 5e Vuelta 1964, 3x bergkoning Tour & Vuelta, ritzeges: 4x Giro, 5x Tour en 3x Vuelta), Ángel Arroyo (2e Tour 1983, winnaar Vuelta 1982 maar door eens tijdstraf wegens dopinggebruik slechts 13e, 2 ritzeges in Tour en Vuelta) en José María Jiménez Sastre (Spaans kampioen 1979, 8e Tour 1979, Vuelta: 3e 1998, 5e 1999, 10 ritzeges, 4x bergkoning & puntenklassement) hier vandaan. De actieve profs uit de provincie zijn Jesús Hernández Blázquez (Astana), Joaquin Novoa (Cérvelo) en José Antonio de Segovia (Xacobeo). Carlos Sastre (Cérvelo) en Francisco Mancebo (Heraklion) zijn geboren in de regio Madrid, maar hier opgegroeid.


Castilla-La Mancha heeft 2.1 miljoen inwoners op een gebied iets groter dan de Benelux, het is hiermee respectievelijk 9e en 3e van Spanje, het is tevens de dunst bevolkte regio van het land met slechts 26 inw./km². De hoofdstad Toledo is met 82.000 inwoners de vierde stad van de regio, achter Guadalajara (83k), Talavera de la Reina (89k) en Albacete (170k). De regio bestaat uit vijf provincies: Toledo (690k), Ciudad Real (527k), Albacete (401k), Guadalajara (246k) en Cuenca (217k).


Molens van La Mancha

De regio is grotendeels gebaseerd op het grondgebied van het Taifa rijk Toledo dat in 1085 werd veroverd door Alfonso VI van León en Castilla, het koninkrijk zou formeel blijven bestaan tot 1691 waarna het werd verdeeld in de Castilliaanse provincies Toledo en La Mancha. De historische hoofdstad van La Mancha is Ciudad Real en het bestaat voor het grootste deel uit een zeer droge hoogvlakte waar de wind vrij spel heeft. De letterlijke vertaling van La Mancha in modern Spaans is "de vlek", maar de naam komt van Moorse "Al-Mansha" wat "droog land" betekent. La Mancha staat bekend om de typische molens en de roman "El ingenioso hidalgo Don Quijote de la Mancha" van Miguel de Cervantes over de wereldberoemde (fictieve) Don Quichot.

In 1833 werd het koninkrijk Castilla ontbonden en verdeeld in Castilla la Vieja ("oud Castillië") en Castilla la Nueva ("nieuw Castillië"). Castilla La Nueva omvatte ook Madrid dat de hoofdstad werd, bij laatste herindeling in 1983 werd Madrid echter een aparte autonome regio waarna het overgebleven gebied als Castilla-La Mancha achter bleef met Toledo als hoofdstad.


Federico Bahamontes en Luis Ocaña

De grootste wielrenners van Castilla-La Mancha zijn de eerste twee Spaanse Tourwinnaars Federico Bahamontes (Tour: 6x top 10, 3x podium, winnaar 1959, 7 ritzeges en 6x bergkoning, Giro: 1 ritzege en 1x bergkoning, Vuelta: 4x top 10, 2e 1957, 3 ritzeges en 2x bergkoning) en Luis Ocaña (Tour: winnaar 1973, 9 ritzeges, Vuelta: 7x top 10, 5x podium, winnaar 1970, 6 ritzeges en 1x bergkoning). De regio bracht verder o.a. Fernando Manzaneque (Tour: 6e 1961, 3 ritzeges, Vuelta: 6x top 10, 3e 1958, 2 ritzeges), José Luis Laguía (Spaans kampioen 1982, Vuelta: 5e 1982, 4 ritzeges en 5x bergkoning) en Felipe Yáñez (7e Vuelta 1979, 3 ritzeges & 1x bergkoning)
De actieve PT/PCT renners uit de regio zijn Sergio Pardilla (CarmioOro), José Vicente Toribio (Andalucía), Francisco José Pacheco (Caisse), Pedro Merino (Footon) en David Arroyo (Caisse), op een lager niveau rijden o.a. José Herrada (Caja Rural) en de deze week in de Vuelta a Colombia op doping betrapte Oscar Sevilla.



Toledo heeft 82.000 inwoners en is de hoofdstad van de gelijknamige provincie (690km), al is Talavera de la Reina (89k) groter. Het ligt zo'n 70km ten zuidwesten van Madrid aan de rivier de Tajo (Ned: Taag) en is gebouwd op een heuvel die boven de rivier uittorent.


Toledo

De stad is gesticht door de Iberische Carpetanen die in 192 v.C. verslagen werden door de Romeinen die het Toletum ("opstaan" of "stijgen") noemden. De Romeinen openden een aantal mijnen (koper, lood, ijzer) en legden wegen aan vanuit alle uithoeken van het schiereiland, waardoor Toletum de belangrijkste stad van centraal Hispania werd. Het werd in 418 echter veroverd door de Visigoten, dit Germaanse volk heerste vanuit hun hoofdstad Tolosa (Toulouse) over zuid Frankrijk en het Iberisch schiereiland. In 507 verloren zij Toulouse echter aan de Franken, die uiteindelijk het hele gebied ten noorden van de Pyreneeën zouden overnemen, de Visigoten trokken zich terug naar het Iberisch schiereiland en maakten van Toledo in 531 hun nieuwe hoofdstad.
Volgens de overlevering zou het bisdom Toledo al in de eerste eeuw zijn opgericht door de apostel Jakobus de Meerdere (Santiago el Mayor), de beschermheilige van Spanje wiens overblijfselen in het Galicische bedevaartsoord Santiago de Compostela zouden liggen.

In 711 begon de invasie van de Moren, de Visigoten waren geen partij en al in hetzelfde jaar verloren ze hun hoofdstad al verloren. De stad werd door de Moren "Tulaytulah" genoemd en werd het beste voorbeeld van "La Convivencia"; eeuwenlang konden moslims, joden en christenen hier relatief vreedzaam naast elkaar leven waardoor de stad een culturele bloeiperiode beleefde. In de 11e eeuw werd Tulaytulah één van de drie belangrijkste Taifa rijken, het zou in 1085 echter veroverd worden door koning Alfonso VI van Castilla, León, Portugal én Galicia (na zijn dood werd het weer opgedeeld). Hij boezemde de overgebleven Taifa rijken zoveel angst in dat zij de hulp inriepen van de Berberse Almoraviden, deze wisten de Reconquista (voorlopig) te stoppen om vervolgens zelf de Taifa's één voor één op te slokken. Toledo zou later Burgos vervangen als hoofdstad van Castilla.
De aartsbisschop van Toledo werd in 1088 door de paus benoemd tot primaat van Castilla (later Spanje), waardoor hij de leiders van de katholieke kerk in Spanje werd. Hij liet de "Catedral de Santa María de Toledo" (1227-1493) bouwen, één van de fraaiste gotische kathedralen van Spanje.


Catedral de Santa María de Toledo

In 1492, nadat "los Reyes Católicos" het laatste Moorse bolwerk Granada verslagen hadden, was Spanje in feite verenigd al bleven de kronen gescheiden met Toledo (afwisselend met Valladolid) als hoofdstad van Castilla en Zaragoza van Aragón. In 1516 werd hun kleinzoon Carlos I koning van beide rijken die hij verenigde in het nieuwe koninkrijk Spanje. Carlos behoorde via zijn vader Filips de Schone tot het huis van Habsburg en werd zo tevens keizer Karel V van het Heilige Roomse rijk en heer der Nederlanden. Carlos I en zijn zoon Felipe II verplaatsen hun hof regelmatig tussen Valladolid en Toledo, tot Madrid in 1561 hoofdstad werd. Toledo zou hierna nooit meer de machtige stad van weleer worden.

Één van de belangrijkste van de meer dan 100 nationale monumenten in het historische centrum (dat in zijn geheel een UNESCO werelderfgoed is) is het Alcázar de Toledo, deze staat op het hoogste punt van de stad waar vroeger het paleis van de Visigotische koningen stond. Het paleis werd afgebroken door de Moren die er een eigen kasteel bouwden, dat weer werd afgebroken na de verovering door koning Alfonso VI. Hij liet een nieuw paleis bouwen, dat in 1535 door Carlos I verbouwd werd tot het huidige Alcázar. In 1936, tijdens de Spaanse burgeroorlog, schuilden duizenden burgers in het oude paleis dat beschermd werd door de nationalistische kolonel José Moscardó. De republikeinen, ondanks een groot numeriek overwicht, slaagden er niet in het Alcázar te veroveren en ontvoerden hierop de zoon van Moscardó die voor het paleis werd doodgeschoten, omdat zijn vader zich niet wilde overgeven. Moscardó sprak als laatste woorden aan zijn 16-jarige zoon: "sterf als een held". Het werd een symbool voor de antirepublikeinse beweging.


Alcázar de Toledo

De economie van Toledo draait voor een belangrijk deel op de metaalbewerking, dankzij het feit dat er veel koper en vooral ijzer in de omgeving te winnen zijn. De wapenindustrie groeide enorm in de Castilliaanse periode en de zwaardsmeden uit Toledo werden algemeen erkend als de beste van Europa. In 1761, de ambachtelijke smeden waren inmiddels grotendeels verdwenen, werd een grote wapenfabriek gebouwd om de ingestorte economie te stimuleren, de fabriek zou het Spaanse leger tot in de jaren '80 bewapenen. Tegenwoordig is de technische faculteit van de Universiteit van Castilla-La Mancha gevestigd in de oude wapenfabriek.

De voetbalclub CD Toledo speelde nog nooit op het hoogste niveau en komt dit seizoen in de Tercera Divisíon (vierde niveau) uit, de stad heeft ook in de andere grote teamsporten geen ploeg op het hoogste niveau.

De bekendste "Toledanos" (buiten de talloze adellijke figuren) zijn o.a. ontdekkingsreiziger Lucas Vázquez de Ayllón (stichtte in 1526 San Miguel de Gualdape, de eerste Europese kolonie in wat nu de V.S. zijn), tennisser Feliciano López Diaz-Guerra (24e op de huidige ATP ranking) en de op Kreta geboren kunstenaar Domenikos Theotokopoulos (1541-1614), beter bekend als "El Greco". De Griek is één van de bekendste "Spaanse" kunstenaars en zijn werken hangen in roemruchte musea zoals het Prado in Madrid en Metropolitan Museum of Art in New York.

De belangrijkste wielrenner van Toledo is natuurlijk "de Adelaar van Toledo": Federico Martín Bahamontes, één van de beste klimmers aller tijden en de eerste Spanjaard die de Tour won. De inmiddels 82-jarige Bahamontes komt uit het dorpje Santo Domingo-Caudilla even ten noordwesten van de stad. Hij won in 1959 als eerste Spanjaard de Tour de France, werd ook eens tweede, derde en vierde, pakte hiernaast zeven ritzeges en maar liefst zes keer de bolletjestrui. Hij was ook in de Giro (1x bergkoning, 1 ritzege) en de Vuelta (2x bergkoning, 3 ritzeges) succesvol, maar is samen met Miguel Indurain de opvallendste ontbrekende naam op de erelijst van de Ronde van Spanje, Bahamontes bleef in 1954 steken op de tweede plaats achter Jesús Loroño.
Andere renners uit de stad zijn o.a. Ángel de las Heras (16e Vuelta 1981) en Nemesio Jiménez Garrido (ritwinnaar Vuelta 1969), uit de provincie komen o.a. Andrés Oliva (bergkoning Vuelta 1975, 1976 & 1978) en de actieve prof David Arroyo (Caisse d'Epargne) die eerder dit jaar tweede werd in de Giro.

Toledo was 5x startplaats en is pas voor de 8e keer aankomstplaats in de Vuelta. De Fransman Jean Stablinski (1958) won er als eerste en werd opgevolgd door o.a. Rik van Looy (1959), Paolo Bettini (2008) en vorig jaar David Millar die de laatste tijdrit won.




Het venijn van deze lange etappe zit hem in de start en de staart, de eerste zes kilometer lopen al aan 2.7% bergop en brengen de renners naar de voet van de Puerto de Chía (1670m hoog, 8km á 5.5%) van tweede categorie. Na de top daalt men via twee plateaus af tot een hoogte van ongeveer 700 meter. In de afdaling van het tweede plateau ligt er nog een tussensprint in El Barraco: het dorp van Ángel Arroyo, José María Jiménez, Carlos Sastre en de wielerschool van zijn vader Victor.

Na 92.7km wordt de provincie Ávila geruild voor de provincie Madrid, maar 12km later rijden de renners al de provincie Toledo binnen. De rest van de etappe is "Spaans vlak" met in de laatste kilometers nog een kort klimmetje (lengte en stijgingspercentage onbekend) en een strook van 400 meter á 6.5% tot op 200m van de streep.

In 2008 reed men dezelfde finale en won Paolo Bettini de sprint voor Gilbert, Valverde, Freire, Bennati en Rebellin. Het is dus alles behalve zeker dat Cavendish hier weer gaat winnen, als er al geen groep vluchters weg blijft. De etappe is door haar lengte ook een mooie dag voor de WK-gangers om zich eens te testen.

donderdag 16 september 2010

Etappe 18: Valladolid - Salamanca (148.9km)

Computer is nog steeds kapot en niet vervangen, dus een wat minder verhaal ik had gewild.

De klassementsrenners kunnen zich na de tijdrit twee dagen rustig houden, zaterdag is de laatste bergrit en wordt de Vuelta definitief beslist. De tussenliggende periode overbrugt men met twee overgangsritten over de eindeloze hoogvlaktes van het Spaanse binnenland.

Valladolid is met 318.000 inwoners de 13e stad van Spanje en de hoofdstad van de regio Castilla y León (2.6) en de provincie Valladolid (533k). Het ligt aan de Pisuerga, een zijrivier van de Duero die bij het Portugese Porto uitmondt in de Atlantische Oceaan.


Valladolid

Er bestaan verschillende theorieën over de oorsprong van Valladolid, zo nam men lange tijd (ten onrechte) aan dat het de voortzetting van de Keltische stad Pincia zou zijn, tegenwoordig vermoeden historici een Romeinse oorsprong en zou het "Vallis Tolitum" geheten hebben, anderen beweren dat het gesticht is door de Moren en de naam een verbastering is van Balad Walid (dorp van Walid). Hoe dan ook, het plaatsje zelfde weinig tot niets voor tot 1072. Een bijnaam van de stad is overigens Pucela, de legende gaat dat ridders uit Valladolid in de 15e eeuw met het Frankrijk van Jeanne d'Arc tegen de Engelsen vochten en het verhaal over de heldin van Frankrijk zoveel indruk maakte in de stad dat men haar bijnaam "la pucelle" (de maagd) overnam.

In 1072 schonk koning Alfonso VI van León dit gebied aan ene Don Pedro Ansúrez die het moderne Valladolid stichtte, het groeide al snel uit tot één van de belangrijkste steden tussen de oude christelijke hoofdsteden León/Burgos en het in 1085 veroverde Toledo. In 1469 werd in Valladolid het huwelijk tussen "los Reyes Católicos" Isabel van Castilla en Fernando II van Aragón voltrokken, Cristóbal Colón (Christoffel Columbus) overleed hier in 1506. Valladolid werd zelfs, afwisselend met Toledo, enkele keren hoofdstad van Castilla en vanaf 1516 Spanje. Valladolid werd in 1561 getroffen door een grote stadsbrand en het vertrek van koning Felipe II (de koning van Hispanje uit het Wilhelmus) naar de nieuwe hoofdstad Madrid, al zou zijn opvolger Felipe III van 1601 tot 1606 nog wel terugkeren naar Valladolid.
In 1589 begon men met de bouw van de "Catedral de Nuestra Señora de la Asunción de Valladolid" die in 1668 voltooid werd en de zetel van het aartsbisdom Valladolid is.


Catedral de Valladolid

De groei van Madrid ging ten koste van Valladolid dat haar politieke macht en regeringsinstellingen verloor aan de nieuwe hoofdstad. Het kroop pas tijdens de industriële revolutie in de 19e eeuw weer omhoog en ontwikkelde zich tot een belangrijke industriestad, dit zette zich in de vorige eeuw voort toen de auto-industrie tot bloei kwam en multinationals als Renault en Michelin grote fabrieken bouwden. De stad groeide zo snel (152k in 1960, 330k in 1980) dat men een aantal historische wijken heeft moeten afbreken om ze te vervangen door moderne wijken met, naar Spaanse begrippen, veel hoogbouw.
Valladolid is nog steeds een belangrijke industriestad, maar heeft ook veel ambtenaren en studenten. De Universidad de Valladolid is in 1346 gesticht en heeft zo'n 32.000 studenten. Het Aeropuerto de Valladolid vervoerde vorig jaar zo'n 365.000 passagiers en de stad is sinds 2007 ook aangesloten op de AVE hogesnelheidslijn naar Madrid, deze moet op termijn worden doorgetrokken naar Galicia, Asturias en het Baskenland.

De voetbalclub Real Valladolid CF werd in 1928 opgericht en speelde 40 seizoenen op het hoogste niveau met als beste resultaat een vierde plaats in 1963. Het was twee keer verliezend bekerfinalist en drie keer kampioen in de Segunda División waar het ook dit jaar speelt nadat het afgelopen seizoen degradeerde uit de Primera División. Het speelt haar thuiswedstrijden in het Estadio José Zorrilla stadion dat plaats biedt aan zo'n 26.500 toeschouwers.
Club Balonmano Valladolid werd in 2003 handbalkampioen van Spanje en won in 2009 seizoen de EHF Cup (de tweede Europese competitie), de basketbalploeg Club Baloncesto Valladolid speelt ook op het hoogste niveau maar zonder veel succes. Valladolid heeft ook twee succesvolle rugbyploegen: Valladolid Rugby Asociación Club (VRAC) werd in 1999 en 2001 kampioen, Club de Rugby El Salvador is zevenvoudig en heersend kampioen.

De bekendste "Vallisoletanos" (buiten de koningen en andere adel om) zijn Tomás de Torquemada (in 1481 aangesteld als grootinquisiteur en verantwoordelijk voor duizenden de joden tijdens de Spaanse inquisitie), politici Evaristo Pérez de Castro y Brito (premier 1838-1840) en de huidige premier José Luis Rodríguez Zapatero (sinds 2004), model/actrice Ines Sastre, handballer Raúl González Gutiérrez (brons OS 1996, één van de grootste Spaanse handballers aller tijden), judoka Miriam Blasco (goud OS 1992 -57kg), atleet Isaac Vicioso (goud EK 5000m 1998, zilver EK 1500m 1994 en de afgelopen zomer gestopte voetballer Rubén Baraja (middenvelder van o.a. Valladolid en Valencia, 43 interlands en 7 goals).

De belangrijkste wielrenners uit de stad zijn Alejandro Fombellida (6e Vuelta 1946, vijfvoudig ritwinnaar), José Luis López Cerrón (ritwinnaar Vuelta 1981) en uit een recenter verleden Ricardo Serrano (o.a. Tinkoff en Fuji-Servetto, vorig jaar geschorst wegens verdachte waarden op het biologisch paspoort). Uit de provincie komt o.a. Julio Sanz (ritwinnaar Vuelta 1964) en Juan Carlos Domínguez (proloogwinnaar Giro 2002 in Groningen).

Valladolid was al 34x aankomstplaats en is vandaag voor de 34e keer startplaats in de Vuelta. Het behoort daarmee tot de tien meest bezochte plaatsen, de eerste etappe in de Vuelta historie ging zelfs van Madrid naar Valladolid en werd op 29 april 1935 gewonnen door de Belg Antoine Dignef, de laatste keer dat men in Valladolid kwam was er ook een Belgische winnaar: Wouter Weylandt in 2008. Grote namen als Julian Berrendero (1941), Delio Rodríguez Barros (1945 & 1947), Fiorenzo Magni (1955), Miguel Poblet (1956), Raymond Poulidor (1964), Sean Kelly (1980), Bernhard Hinault (1983), Tony Rominger (1994, proloog), Erik Zabel (2001) en Paolo Bettini (2005) hebben hier gewonnen, evenals de Nederlanders Jan Serpenti (1970), Adrie van Houwelingen (1979), Bert Oosterbosch (1985, proloog), Mathieu Hermans (1988 & 1989) en als laatste Leon van Bon (1997).




Salamanca is met 156.000 inwoners de derde stad van Castilla y León en de hoofdstad van de gelijknamige provincie (354k) in het uiterste zuidwesten van de regio. Het ligt aan de rivier de Tormes, net als de Pisuerga een zijrivier van de Duero.


Salamanca

De stad is gesticht door de Keltiberische Vaccaei en werd in de 3e eeuw v.C. veroverd door de Carthaagse generaal Hannibal. De stad heette toen nog Helmantica en werd na de Tweede Punische Oorlog onderdeel van de Romeinse republiek, waarna de naam zou veranderen in Salmantica. Het lag in de provincie Lusitania, dat grotendeels uit het huidige Portugal bestond, deze provincie werd na de val van het Romeinse rijk binnengevallen door de Germaanse stam de Alanen. Zij werden echter weer verdreven door de Visigoten.

Salamanca werd in 712 veroverd door de Moren en kwam hierna in een soort bufferzone tussen de christelijke en islamitische gebieden te liggen, waardoor de meeste christenen naar het noorden trokken en dit gebied een soort niemandsland werd. In 939 werd het door koning Ramiro II van León veroverd, maar pas na de val van het Taifa rijk Toledo in 1085 kwam de herbevolking pas goed op gang. In 1102 begon met in Salamanca met de bouw van de "Catedral Vieja de Salamanca", de oude kathedraal werd pas in de 14e eeuw voltooid en is een mix van de Romaanse en Gotische stijl. De kerk was echter te klein en men besloot om een nieuwe kathedraal te bouwen, de "Catedral Nueva de la Asunción de la Virgen de Salamanca" werd tussen 1513 tot 1733 gebouwd en kwam direct naast de oude kathedraal te staan.


De beide kathedralen van Salamanca

In 1218 kreeg Salamanca als tweede stad van Spanje een universiteit, die van Palencia (gesticht in 1212) verdween echter al in 1264, waardoor de "Universitas Studii Salamanticensis" als de oudste universiteit van Spanje en één van de oudste van Europa wordt beschouwd. De stad en de universiteit bereikten hun hoogtepunt in de 16e eeuw, de stad had in 1580 24.000 inwoners en er studeerden 6.500 studenten aan de universiteit. In de 17e eeuw beleefde het echter een terugval en emigreerden duizenden Salmantinos naar andere delen van Spanje en de kolonies, pas aan het begin van de vorige eeuw zou de stad en universiteit weer haar grootte van de 16e eeuw halen. De universiteit heeft tegenwoordig net als die van Valladolid zo'n 32.000 studenten, waaronder ook veel buitenlanders die deze stad kiezen om de taal te leren vanwege het zuivere Castilliaans dat hier en in Valladolid gesproken wordt.


De universiteit van Salamanca

In 1809 werd de stad bezet door Franse troepen van Napoleon die veel historische gebouwen afbraken voor de bouwmaterialen, bovendien vond in 1812 een grote veldslag plaats. Een Frans en Brits-Portugees-Spaans leger (aangevoerd door de hertog van Wellington, die Napoleon ook bij Waterloo versloeg) van elk zo'n 50.000 man ontmoette elkaar. In de Slag bij Salamanca vielen zo'n 5.000 geallieerden en 13.000 Franse slachtoffers, de geallieerden wonnen en namen het initiatief in de Spaanse onafhankelijkheidsoorlog.
Salamanca was een bolwerk van de nationalisten tijdens de Spaanse burgeroorlog en Franco had hier zelfs enige tijd zijn residentie. In 1988 werd de historische binnenstad van Salamanca in zijn geheel een UNESCO werelderfgoed, behalve de kathedralen en universiteit hoort hier ook o.a. het Plaza Mayor met het monumentale stadhuis uit 1724-1745 bij.


Plaza Mayor en het stadhuis

De voetbalclub Unión Deportiva Salamanca is in 1923 opgericht en speelde 12 seizoenen op het hoogste niveau waar het nooit verder kwam dan de 7e plaats in 1975. Het werd afgelopen seizoen 16e in de Segunda División en speelt in het Estadio Helmántico dat een capaciteit van ruim 17.000 toeschouwers heeft. De damesbasketballers van Perfumerías Avenida Baloncesto werden Spaans kampioen in 2005/2006 en eindigden sindsdien 4x op rij als tweede in de competitie, de dames verloren ook de finale van de Euroliga in 2008/2009.

De bekendste "Salmantinos" zijn Álvaro Arbeloa (rechtsback Real Madrid, 18 interlands) en Vicente del Bosque (bondscoach, succesvol bij Real Madrid als trainer rond de eeuwwisseling en als in de '70/'80, 18 interlands en 1 goal) die afgelopen zomer wereldkampioen voetbal werden met Spanje.

De stad heeft geen grote wielrenners voortgebracht, maar uit de provincie komen o.a. Agustín Tamames (Vuelta: winnaar 1975, 2e + bergkoning 1970, 3e 1972 & 11 ritzeges, Spaans kampioen 1976), Laudelino Cubino (3e Vuelta 1993, ritzeges: 3x Vuelta, 2x Giro, 1x Tour) en natuurlijk Roberto Heras. De klimmer uit Béjar won drie keer de Vuelta (2000, 2003 & 2004), een record dat hij deelt met Tony Rominger, nadat zijn vierde overwinning in 2005 werd afgenomen wegens dopinggebruik. Heras won ook tien ritten in de Vuelta, het puntenklassement in 2000 en 2002 en stond van 1997 tot 2004 elk jaar in de top 6 van het eindklassement, verder werd hij 5e in de Giro van 1999 waar hij ook een rit won en 5e in de Tour van 2000.

Salamanca is voor de 21e keer aankomstplaats in de Vuelta, ook ging hier 19x een etappe van start. Angelo Furlan boekte hier in 2002 als laatste een ritzege en werd vooraf gegaan door o.a. Julian Berrendero (1941 & 1945), Jean-Paul van Poppel (1993), Laurent Jalabert (1994), Abraham Olano (1995 & 1999) en David Millar (2002, proloog).




De rit van vandaag is slechts 148.9km en bevat geen enkele hindernis van betekenis, men rijdt constant op zo'n 800 meter boven zeeniveau door het verdorde lege landschap van de Spaanse hoogvlakte in de provincies Valladolid, Zamora en Salamanca.

De finish wordt op 32.1km van de streep al gepasseerd, waarna nog een lokale omloop wacht met hierin twee bultjes waar men de eventuele medevluchters nog pijn zou kunnen doen. Het meest waarschijnlijke scenario is echter een massasprint en het is normaal gesproken niet lastig genoeg om de sprinters die al zover gekomen zijn nog in verlegenheid te brengen. De laatste kilometer loopt nog wel vals plat omhoog tot 2% in de laatste rechte lijn van 400 meter.

woensdag 15 september 2010

Etappe 17: Peñafiel - Peñafiel (46.0km)

De klassementsrenners moeten na de rustdag gelijk weer aan de bak in de enige individuele tijdrit van deze ronde, de 46 vlakke kilometers van en naar het wijnstadje Peñafiel zijn van doorslaggevend belang voor het verdere verloop van deze ronde, met nog maar één bergrit te gaan.

Het peloton is na de aankomst en start in Burgos van afgelopen week weer terug in Castilla y León (Nederlands: Castilië en León), met een oppervlakte van ruim 94.000km² (groter dan Portugal of 2x Nederland) de grootste regio van Spanje. Het heeft 2.6 miljoen inwoners (6e van het land) en is de op twee na dunst bevolkte regio (27 inw./km²). De hoofdstad is Valladolid (318k), andere grote steden zijn Burgos (179k), Salamanca (153k) en León (134k). De regio ligt ten noorden en westen van Madrid en bestaat uit negen provincies: Valladolid (533k), León (500k), Burgos (376k), Salamanca (354k), Zamora (196k), Palencia (173k), Ávila (172k), Segovia (165k) en Soria (95k).


De hoofdstad Valladolid

Het koninkrijk León ontstond in 910 toen koning Alfonso III van Asturias stierf en zijn koninkrijk werd verdeeld onder zijn drie zonen in Asturias, Galicia en León. In de jaren hierna ontstond een machtsstrijd tussen de broers in 924 gewonnen door Fruela II van Asturias, hij besloot echter wel om zijn hoofdstad van Oviedo (Asturias) naar de stad León te verplaatsen. León besloeg nu het hele noordwesten van het schiereiland inclusief de noordelijke helft van het huidige Portugal, het oostelijke deel rondom Burgos en Santander werd in 931 verenigd in het graafschap Castilla (dat in veel kleinere vorm al in 850 was ontstaan als onderdeel van Asturias). Castilla dankt haar naam, net als Catalunya, aan de vele kastelen die de christenen bouwden om het veroverde land te verdedigen tegen de Moren en als basis voor verdere veroveringen in de Reconquista.

Wat volgt is een ingewikkelde periode van erfenissen, broedertwisten, burgeroorlogen en (huwelijks)politiek waardoor León weer uiteenviel in de koninkrijken León, Galicia, Portugal en ook Castilla (1031). Het kwam geregeld voor dat meerdere van deze vijf koninkrijken onder het bestuur van één koning stonden, een enkele keer zelfs allemaal, maar pas in 1230 kwam er een officiële hereniging (zonder Portugal). De zogenaamde "Corona de Castilla" (Kroon van Castilla) werd ingesteld met hieronder de koninkrijken waaronder dus ook León. Later werden ook Moorse Taifa's als Sevilla, Toledo en Granada een koninkrijk onder de Castiliaanse kroon.

De meeste van deze koninkrijken werden pas in 1833 formeel ontbonden toen Spanje werd verdeeld in regio's die te vergelijken zijn met de huidige indeling. De belangrijkste uitzonderingen Castilla la Vieja (oud Castilië) en León werden als gevolg van de hervormingen na de dood van Franco samengevoegd tot Castilla y León. León besloeg de huidige provincies León, Zamora en Salamanca, Castilla la Vieja de rest van de huidige regio plus de provincies Santander en Logroño die zelfstandig verder gingen als de autonome regio's Cantabria en La Rioja.


León

Castilla y León heeft vier Vuelta winnaars voorgebracht die bij elkaar zeven keer wonnen, meer dan elke andere regio: Agustín Tamames (1975), Faustino Rupérez (1980), Roberto Heras (2000, 2003 & 2004) en Pedro Delgado (1985 & 1989) die in 1988 ook de Tour de France won. Julio Jiménez Muñoz (2e Tour 1967), Ángel Arroyo (2e Tour 1983) en wijlen José Maria Jiménez Sastre (3e Vuelta 1998) kwamen ooit dicht bij een zege in een grote ronde. Arroyo (geen familie van David) won zelfs de Vuelta in 1982, maar werd net als Heras in 2005 betrapt op doping.
In het huidige profpeloton wordt de regio vertegenwoordigd door Jesús Hernández Blázquez (Astana), Enrique Mata (Footon), José Antonio de Segovia (Xacobeo), Joaquín Novoa en Iñigo Cuesta (Cervélo). Carlos Sastre (Cervélo) en de op een lager niveau rijdende Francisco Mancebo (Heraklion) zijn in de regio Madrid geboren, maar groeiden hier op.


Peñafiel is een stadje met ruim 5.500 inwoners in de provincie Valladolid, zo'n 50km ten oosten van de hoofdstad. Het ligt aan de Duratón, een zijrivier van de Duero die net ten noorden van Peñafiel stroomt.


Castillo de Peñafiel

De stad is waarschijnlijk gesticht door een Keltiberische stam, de Vaccaei, maar was slechts een dorpje van weinig betekenis tot koning Ramiro II van León er in 943 een kasteel liet bouwen. Het Castillo de Peñafiel werd later een aantal keer verbouwd en uitgebreid tot het huidige gebouw dat grotendeels uit de 12e eeuw stamt, het nationaal monument staat op een heuvel en is tegenwoordig o.a. een wijnmuseum.

In 983 werd Penna Fidela, zoals het toen nog heette, veroverd door de Moorse krijsheer Almanzor namens het kalifaat van Córdoba. In 1013 werd het echter alweer heroverd door de christenen, nu was het graaf Sancho García van Castilla die de macht greep.


Bodegas Protos

De laatste eeuwen heeft Peñafiel e.o. zich ontwikkeld tot een belangrijke wijnstreek die sinds de jaren '80 de "Ribera del Duero" wordt genoemd. In 1927 begonnen een aantal lokale wijnboeren samen te werken en werd de grote wijnmakerij "Bodegas Protos" gelanceerd, men produceert hier met moderne technieken zo'n drie miljoen flessen (voornamelijk rode) wijn per jaar. De beste wijn van de regio (en één van de beste van Spanje) wordt echter niet hier gemaakt, maar even verderop in Valbuena de Duero: de Vega Siciliana.

Peñafiel staat ook bekend om het jaarlijkse stierenvechtfestival op het "Plaza del Coso", dit festival op het oude centrale plein van de stad bestaat al sinds 1433. Er zijn geen tribunes, de toeschouwers verschansen zich vooral in de huizen om het plein heen.
De stad is nog nooit eerder bezocht door de Ronde van Spanje en heeft ook geen bekende wielrenners voortgebracht.




De enige individuele tijdrit in deze Ronde van Spanje is er één voor de specialisten: 46km lang, zo goed als volledig vlak en lange rechte stukken waar de mannen van het grote mes een hoog tempo kunnen ontwikkelen. De renners rijden eerst 24km naar het westen, dan volgen er twee 90 graden bochten binnen iets meer dan anderhalve kilometer waar ook de Duero wordt overgestoken en vervolgens is het weer terug in oostelijke richting naar Peñafiel. Dit alles op een hoogte van ongeveer 750m boven zeeniveau.

Valentin Iglinskiy start om 13:41 als eerste aan zijn eenzame strijd tegen de klok, klassementsleider Joaquin Rodríguez Oliver begint om 16:45 en wordt rond 17:40 aan de finish verwacht.

zaterdag 11 september 2010

Etappe 14: Burgos - Peña Cabarga (178.0km)

De Ronde van Spanje begint vandaag aan een hels drieluik in Cantabria en Asturias, waar de bergen niet hoog, maar wel steil zijn. De eerste brengt de renners van de Castilliaanse hoogvlaktes naar Cantabria, waar even buiten Santander een steile slotklim van zes kilometer moet worden bedwongen.

De autonome regio Cantabria (Ned: Cantabrië) ligt in het noorden van Spanje aan de Golf van Biskaje tussen Asturias (Asturië) en País Vasco (Baskenland). Het bestaat uit slechts één provincie en is met 592.000 inwoners en een oppervlakte vergelijkbaar aan die van Gelderland de respectievelijk 15e en 16e regio van Spanje. De belangrijkste steden zijn de hoofdstad Santander (183k) en Torrelavega (56k), die samen een stedelijk gebied vormen waar zo'n 394.000 mensen (tweederde van de totale bevolking) wonen.
De regio's Asturias en Cantabria worden van Castilla gescheiden door de "Cordillera Cantábrica", een gebergte waar men in de Vuelta vrijwel elk jaar dankbaar gebruik van maakt.


Cordillera Cantábrica

De regio is vernoemd naar de Cantabri, een Keltisch volk dat ten westen van de Basken woonde. De Cantabri en Astures (waarnaar de buurregio Asturias vernoemd is) bleven zich het langst van alle volken op het schiereiland verzetten tegen de Romeinse overheersing en werden pas na de Cantabrische oorlogen (29-19 v.C.) definitief onderworpen door keizer Augustus. De Visigoten stichtten ergens tussen 653 en 683 een hertogdom Cantabria, maar het bleef altijd een zeer instabiele regio waar de lokale Asturische, Cantabrische en Baskische bevolking regelmatig in opstand kwamen. In 711, toen de Moren aan hun invasie begonnen, was de Visigotische koning Rodrigo in het noorden bezig om zo'n opstand neer te slaan.

De koning vertrok gelijk naar het zuiden, maar werd al snel verslagen en de Moren bereikten al in 714 dit gebied in het verre noorden. Het hertogdom werd in 722 echter alweer heroverd door de christenen die in 718 vanuit Asturias waren begonnen aan de Reconquista (morgen meer hierover), het werd hierna een onderdeel van het koninkrijk Asturias tot deze in 925 werd opgeslokt door het koninkrijk Léon. De oude Keltische invloeden verdwenen in deze periode uit de cultuur en werden vervangen door een gemeenschappelijke cultuur van de rest van wat uiteindelijk het koninkrijk Castilla zou worden. Cantabria was binnen dit koninkrijk vooral belangrijk om haar havensteden, met name Santander groeide uit tot een belangrijke stad.


De Cantabrische hoofdstad Santander

In 1833 werd het koninkrijk Castilla formeel ontbonden en de provincie Santander gesticht, deze behoorde aanvankelijk tot nog de regio Castilla la Vieja (oud Castillië), maar na de hervormingen van 1982 een zelfstandige autonome regio genaamd Cantabria.

Cantabria heeft altijd veel goede wielrenners gehad, maar nog nooit een winnaar van een grote ronde al kwamen Fermín Trueba (2e Vuelta 1941), José Pérez Francés (2e Vuelta 1962 & 1968, 3e Vuelta 1961 & 1964 en Tour 1963), Alberto Fernández Blanco (2e Vuelta 1984, 3e Vuelta & 3e Giro 1983) en José Antonio González Linares (5e Vuelta 1972, 4x eindwinst Vuelta al País Vasco) in de buurt.
De regio heeft tien actieve profs op PCT/PT niveau: de bekendste is drievoudig wereldkampioen Oscar Freire (Rabobank), verder nog Francisco Ventoso (CarmioOro), David de la Fuente (Astana), José Iván Gutiérrez Palacios, Juan José Cobo en Ángel Madrazo (Caisse d'Epargne), David Gutiérrez Gutiérrez, David Gutiérrez Palacios en Vidal Celis (Footon), Alberto Fernández Sainz (Xacobeo) en op een lager niveau Constantino Zaballa (Loulé - Louletano).

Peña Cabarga is een 569m hoog karstmassief in het "Parque Natural Macizo de Peña Cabarga", het ligt zo'n 10km ten zuidoosten van Santander in de gemeente Medio Cudeyo waar zo'n 7.500 mensen wonen. De gemeente bestaat uit tien plaatsen, waarvan Solares (4.000) de grootste is.


Peña Cabarga

In 2008 heeft de gemeenteraad besloten dat het natuurpark, waar in de 19e eeuw wat ijzermijnen werden geopend, maar verder vrijwel ongerept gebied is, meer toerisme moet aantrekken. Deze aankomst in de Vuelta is een onderdeel van deze PR campagne om meer bekendheid aan het park te geven. Het is echter niet de eerste keer dat men hier komt, in 1979 won de Spanjaard Ángel López del Álamo hier solo de dertiende na een lange vlucht. Een groepje van vijf met o.a. Lucien van Impe en Joop Zoetemelk kwam op 2:33 binnen, Zoetemelk veroverde de leiderstrui ten koste van de Fransman Christian Levavasseur en zou deze niet meer af staan.




De rit begint op de Castilliaanse hoogvlakte met ruim 50km "Spaans vlak", hierna duikt men in een afdaling van 9.1km á 4.4% van 1.000 naar 600 meter boven zeeniveau en volgt er nog eens 40km op en af met het eerste klimmetje van de dag: de Alto de Bocos (790m hoog, 3.1km á 6.5%) van derde categorie.

Na 98.8km begint de beklimming van de Portillo de la Lunada (1340m hoog, 8.7km á 5.7%) van tweede categorie, deze berg vormt de grens tussen de regio Castilla y León en provincie Burgos met de regio/provincie Cantabria. De renners laten de Castilliaanse hoogvlakte hier ook definitief achter zich. De afdaling (14km á 6.2%) brengt ze direct aan de voet van de volgende klim van tweede categorie, de Alto del Caracol (815m hoog, 5.1km á 7.4%). Op de top van de Caracal zijn er nog 51.4km te rijden, vrijwel voortdurend in een (licht) dalende lijn tot de voet van de slotklim op slechts 20 meter boven zeeniveau.



De Peña Cabarga is slechts 565m hoog, maar met een lengte van 6km en gemiddeld stijgingspercentage van 9% al lastig zat. De klim begint gelijk erg steil met percentages tot 16% in de eerste kilometer, hierna blijft het 2.5km rond de 9% omhoog lopen en krijgt men zelfs een korte afdaling om weer even op adem te komen. De laatste 2km zijn echter weer stevig bergop en met name de twee voorlaatste halve kilometers zijn verschrikkelijk steil met gemiddeldes van 12 en 14% en een steilste stuk van 19%. Een ideale aankomst voor de explosieve types, die in de eerste week ook al een paar keer op hun wenken werden bediend.

vrijdag 10 september 2010

Etappe 13: Rincón de Soto - Burgos (196.0km)

De Vuelta komt vanaf zaterdag in haar beslissende fase met drie aankomsten bergop op rij, maar eerst moet vrijdag de 13e etappe afgewerkt worden, een overgangsrit van het vruchtbare La Rioja naar de kale hoogvlaktes van Castilla.


La Rioja heeft met 322.000 inwoners de kleinste bevolking van de 17 autonome regio's van Spanje en laat qua oppervlakte (iets kleiner dan Gelderland) enkel de eilanden van de Balearen achter zich. De regio bestaat uit slechts één provincie en de enige steden met meer dan 15.000 inwoners zijn Calahorra (25k) en de hoofdstad Logroño (152k).


Logroño, de hoofdstad van La Rioja

De regio behoort vanuit historisch oogpunt "gewoon" tot het oude koninkrijk Castilla. In 1833 werd uit delen van de Castilliaanse provincies Burgos en Soria de nieuwe provincie Logroño gevormd, deze veranderde in 1980 haar naam in La Rioja en scheidde zich in 1982 af van Castilla y León om zelf een autonome regio te worden vanwege de grote geografische en economische verschillen met de rest van de regio. Het is dankzij haar ligging aan de rivieren de Ebro en de Oja (waarnaar de regio vernoemd is => Rio Oja) een zeer vruchtbaar gebied en belangrijke wijnstreek, terwijl de hoogvlaktes van Castilla y León een heel ander karakter hebben.


La Rioja

La Rioja is vooral bekend om de wijnproductie die hier al voor de Romeinse tijd begon. De ongeveer 14.000 wijngaarden beslaan meer dan 123.000 hectare en er wordt gemiddeld ruim 250 miljoen liter Rioja wijn per jaar geproduceerd, waarvan 85% rode wijn en 15% witte wijn of rosé.
De regio heeft geen grote wielrenners voortgebracht, de bekendste is dan nog Javier Pascual Llorente die o.a. voor Kelme reed en begin deze eeuw wat kleinere Spaanse koersen won.

Rincón de Soto is een dorp met iets minder dan 4.000 inwoners zo'n 61km ten oosten van Logroño in het noordoosten van de regio La Rioja. Het ligt slechts enkele honderden meters ten zuiden van de grens met Navarra die hier bepaald wordt door de rivier de Ebro.


Rincón de Soto

Het dorpje is in 1140 gesticht en was eeuwenlang weinig meer dan een gehuchtje op het grondgebied van de stad Calahorra, het werd pas in 1670 een zelfstandig plaatsje al woonden er in 1753 nog steeds minder dan 200 mensen. Sindsdien is plaatsje voorzichtig beginnen te groeien. Rincón leeft grotendeels van de fruitteelt (peren) en de productie van keukenmeubilair.
De voetballer Fernando Llorente (aanvaller Athletic Bilbao, 9 interlands en 4 goals) is in Pamplona (Navarra) geboren, maar hij groeide hier op en is de bekendste zoon van het dorp. De boomlange spits werd afgelopen zomer wereldkampioen met Spanje, al speelde hij slechts een half uurtje in de kwartfinale tegen Portugal.
De Vuelta kwam nog nooit in Rincón de Soto, waar ook geen bekende wielrenners vandaan komen.


Burgos is met 179.000 "Burgaleses" achter Valladolid (318k) de tweede stad van de regio Castilla y León (2.6m) en de hoofdstad van de provincie Burgos (376k) in het noordoosten van de regio. De renners rijden morgen alweer de regio uit, maar komen volgende week weer terug, dan meer over Castilla y León. De stad ligt zo'n 860 meter boven zeeniveau op een uitgestrekte hoogvlakte aan de Arlanzon rivier.


Burgos

De stad werd in 884 gesticht door Diego Rodríguez, de tweede graaf van Castilla dat toen nog tot het koninkrijk León behoorde. Hij bouwde een kasteel aan de Arlanzon rivier ter verdediging van het achterland tegen de Moren, die zo'n dertig jaar eerder verdreven waren uit dit gebied. De naam komt van het Visigotische woord "baurgs" (burcht) en Burgos werd in 931 de eerste officiële hoofdstad van een zelfstandig Castilla dat in 1065 werd gepromoveerd tot een koninkrijk. Burgos lag op de bedevaartsroute naar Santiago de Compostela en werd een belangrijke rustplaats voor de tienduizenden pelgrims uit heel Europa die de voettocht maakten. In deze periode werden ook de belangrijkste monumenten van de stad gebouwd: het klooster "Monasterio de Santa María la Real de Las Huelgas" (1181-1222) en de "Catedral de Santa María de Burgos" (1221-1260). De gotische kathedraal is de zetel van het aartsbisdom Burgos en een UNESCO werelderfgoed.


Catedral de Santa María de Burgos

De stad zou door de veroveringen van Toledo en Andalucía steeds minder centraal binnen het rijk komen te liggen, duizenden mensen vertrokken uit van het oude Castilla naar het nieuwe Castilla om de veroverde gebieden te herbevolken en Burgos verloor de hoofdstedelijke status aan Toledo en Valladolid. Na de stichting van Spanje was er opnieuw een leegloop, ditmaal naar de door Spanje gekoloniseerde nieuwe wereld. In de 15e eeuw werd nog wel het derde belangrijke monument gebouwd, het klooster "Cartuja de Miraflores" (1441) werd echter beschadigd en geplunderd door de Franse troepen tijdens de Napoleontische Oorlogen.
Tijdens de Spaanse burgeroorlog in de jaren '30 van de vorige eeuw was Burgos de plaats waar Franco zijn voorlopige regering zetelde.

Burgos is tegenwoordig een stad van ambtenaren en industrie, met name de auto-industrie (Ford) is belangrijk voor deze verder vrij arme streek die ook bekend staat om haar kazen. De "Universidad de Burgos" werd pas in 1994 gesticht en heeft ongeveer 9.000 studenten. Het "Aeropuerto de Burgos" is een klein vliegveldje dat in 2008 werd geopend en vorig jaar zo'n 30.000 passagiers vervoerde. In 2014 aangesloten worden op de hogesnelheidslijn van Valladolid naar de Baskische hoofdstad Vitoria-Gasteiz.


Monasterio de Santa María la Real de Las Huelgas

Burgos CF (gesticht in 1922, zes seizoenen op het hoogste niveau) en Real Burgos CF (gesticht in 1964, drie seizoenen op het hoogste niveau) zijn de twee voetbalclubs van de stad, ze spelen tegenwoordig beiden in de Tercera División (vierde niveau). De damesvolleyballers van CV Diego Porcelos zijn de meest succesvolle sportploeg van de stad, ze spelen op het hoogste niveau en eindigden de afgelopen steevast in de top, maar werd nooit kampioen en verloor vier keer de finale om de nationale beker.

De bekendste zoon van Burgos is Rodrigo Díaz de Vivar, beter bekend als "El Cid", een ridder die in de tweede helft van de elfde eeuw grote successen boekte tegen de Moren voor Castilla, ruzie kreeg met de koning en hierna Valencia veroverde en zelf koning werd. "El Cid" was bij leven al beroemd en berucht op het schiereiland en groeide na zijn dood uit tot een legendarische volksheld. Hij is begraven bij de kathedraal van Burgos.
De politicus Alejandro Rodríguez de Valcárcel (tijdelijk staatshoofd van de dood van Franco tot twee dagen later Juan Carlos als koning werd beëdigd) en de voetballer Juan Manuel Mata (vleugelspeler/aanvallende middenvelder Valencia, 9 interlands en 3 goals) komen hier ook vandaan, evenals een aantal oude koningen van Castilla.


Standbeeld van El Cid" in Burgos

De beste wielrenners uit de stad zijn Isidro Juárez (ritwinnaar Vuelta 1985), José Luis Talamillo (6x Spaans kampioen veldrijden tussen 1958 en 1965) en de gebroeders Mariano en Martin Martínez. Zij emigreerden op jonge leeftijd naar Frankrijk, waar Mariano uitgroeide tot een subtopper (3x top 10, 2 ritzeges en de bolletjestrui in 1978), zijn broer (ritwinnaar Vuelta 1974) had minder succes. De actieve prof Enrique Mata van Footon-Servetto komt ook uit de stad, de provincie bracht o.a. Eulalio García Pereda (4e Vuelta 1978, ritwinnaar 1980, Spaans kampioen 1981) en de actieve prof Iñigo Cuesta (Cervélo) voort.

Burgos is morgen voor de 13e keer startplaats en vandaag voor de 15e keer aankomstplaats in de Vuelta. Henk Nijdam won de eerste etappe die hier aankwam in 1966, hij werd opgevolgd door o.a. zijn landgenoot Jos Lammertink (1980), de Belg Johan Bruyneel (1992), de Italiaan Alessandro Petacchi (2002, 2004 & 2005) en als laatste in 2008 Oscar Freire.




De eerste 100km dwars door La Rioja zijn typisch "Spaans vlak", hierna gaat de weg langzaam klimmen richting de provincie Burgos die bereikt wordt via het eerste klimmetje van derde categorie: de Alto de Padrilla (1260m hoog, 5.9km á 5.6%). Een kleine 20km verderop ligt de kortere en minder steile Alto de Valmala (1200m hoog, 4km á 5%), eveneens van derde categorie.

Na de top van de Valmala zijn er nog 36.1km te rijden naar Burgos, dit over een mooie weg die vals plat bergaf loopt tot op 2km van de streep, ideaal dus voor sprintersploegen om zich te organiseren en de vroege vluchters terug te halen.